Naar hoofdinhoud

Podotherapie voor kinderen in Haarlem

In het kort

Bij kinderen kunnen voet-, knie- of beenklachten ontstaan door groei, sport of standsafwijkingen. Ik onderzoek meegroeiende factoren zorgvuldig en behandel waar nodig met steunzolen op maat, oefenadvies of schoenadvies. Veel kinderklachten verdwijnen vanzelf met de groei; bij blijvende klachten is gericht onderzoek zinvol.

De voet van een kind groeit en verandert snel. Sommige afwijkingen die u bij uw kind ziet, zijn normaal voor de leeftijd en verdwijnen vanzelf. Andere wijzen op een afwijking die aandacht verdient voordat de voet volgroeid is. Ik maak dat onderscheid tijdens het onderzoek.

Wanneer is een afwijkende voetstand normaal?

Bij pasgeboren baby's is de voetboog nog niet aangelegd. Die ontwikkelt zich in de eerste levensjaren. Tot het zesde levensjaar is een vlakke voet bij de meeste kinderen normaal en hoeft geen behandeling. De vetpads onder de voet geven de indruk van een platvoet, terwijl er bij optillen van de teen wel degelijk een boog zichtbaar is.

Ook een lichte inwaartse kniestand (X-benen) en een lichte duivenstand (voeten naar binnen) zijn voor kinderen onder de acht jaar doorgaans een normale groeifase.

Behandeling is zinvol als de afwijking gepaard gaat met pijn, snelle vermoeidheid, verhoogde valneigings of als de stand na het zesde jaar eerder toeneemt dan afneemt.

Veelvoorkomende voetklachten bij kinderen

Morbus Sever: de meest voorkomende hielklacht bij kinderen

Morbus Sever is een groeipijnklacht aan het hielbeen, die vooral voorkomt bij sportieve kinderen tussen de 8 en 14 jaar. Tijdens de groeispurt groeit het scheenbeen sneller dan de kuitspier en de achillespees bijhouden. De aanhechting van de achillespees op het hielbeen raakt daardoor overbelast.

Uw kind klaagt over hielklachten na of tijdens sport, soms aan beide hielen tegelijk. De klacht verdwijnt doorgaans vanzelf als de groeispurt voorbij is, maar steunzolen en oefeningen versnellen dat proces en verminderen de klachten in de tussentijd. Meer over Morbus Sever →

Mijn aanpak bij kinderen

Bij kinderen is het onderzoek altijd gericht op de leeftijd. Wat ik bij een kind van vier jaar observeer, beoordeel ik anders dan bij een kind van tien. Ik betrek u als ouder nadrukkelijk bij het gesprek: u ziet uw kind dagelijks en uw observaties zijn een waardevol deel van de diagnose.

  1. 1.Loopbeoordeling: ik kijk hoe uw kind loopt, rent en staat, en of de voetstand aansluit bij de leeftijdsnormen
  2. 2.Drukplaatmeting: inzicht in de verdeling van het lichaamsgewicht over de voet tijdens het staan en lopen
  3. 3.Steunzolen op maat: kleine, dunne zolen die passen in reguliere kinderschoenen en meegroeien met een volgende schoenmaat
  4. 4.Schoeiseladvies: een goede kinderschoen heeft een stijve hiel, een brede teen, voldoende ruimte en een lichte schokdemping

Groeivoetenadvies: schoenen en schoenmaat

  • Meet de voet elke twee tot drie maanden opnieuw, want kindervoeten groeien snel. Een schoen die vorige maand paste, kan nu al te krap zijn.
  • Kies voor 1 tot 1,5 cm groeiruimte voor de langste teen. Meer ruimte geeft een onstabiele pasvorm; minder remt de voetgroei.
  • De hiel van de schoen moet stevig zijn. Druk de hiel van de schoen samen: hij mag niet indrukken. Die hielstijfheid geeft de jonge voet laterale ondersteuning.
  • Vermijd te zachte babyschoentjes. Bij kinderen die nog niet lopen, is blootsvoets of in sokken thuis het beste voor de voetspierontwikkeling.
  • Sportschoenen zijn geen alledaagse schoenen. De meeste kindersportschoenen zijn gemaakt voor de sport en bieden niet de hielondersteuning die de voet de rest van de dag nodig heeft.

Veelgestelde vragen over podotherapie voor kinderen

Mijn kind loopt op zijn tenen. Moet ik me zorgen maken?
Teenloopjes komen voor bij peuters en dreumesen en zijn tot het derde levensjaar doorgaans normaal. Als het na het derde jaar aanhoudt, is het verstandig dit te laten onderzoeken, ook om spasticiteitsproblemen uit te sluiten. Een podotherapeut beoordeelt de voetstand en het looppatroon en verwijst zo nodig door.
Hoe weet ik of mijn kind platvoeten heeft die behandeld moeten worden?
Tot het zesde levensjaar hebben de meeste kinderen een afgevlakte voetboog die normaal is voor die leeftijd. Behandeling is alleen zinvol als het kind pijn heeft, sneller moe is dan leeftijdsgenoten, vaker valt, of als de platvoet samenhangt met een afwijkende looppatroon of hypermobiliteit. Ik maak dit onderscheid tijdens het onderzoek.
Vanaf welke leeftijd kan een kind steunzolen dragen?
Er is geen minimumleeftijd, maar steunzolen zijn pas zinvol als het kind loopt en de voet voldoende is uitgegroeid om een afdruk van te maken. In de praktijk start ik de behandeling van kinderen doorgaans niet voor het derde levensjaar, tenzij er een specifieke aanleiding is.
Wat is het verschil tussen een podotherapeut en een orthopedisch schoenmaker voor kinderen?
Een podotherapeut onderzoekt de voetstand, het looppatroon en de biomechanica en maakt steunzolen als dat zinvol is. Een orthopedisch schoenmaker maakt orthopaedisch schoeisel en aanpassingen aan bestaand schoeisel. Bij kinderen met complexere problematiek werk ik regelmatig samen met een orthopedisch schoenmaker.
Heb ik een verwijzing nodig?
Nee. Via de Directe Toegankelijkheid Podotherapie (DTP) kunt u direct een afspraak inplannen voor uw kind, zonder verwijzing van de huisarts of kinderarts.

Twijfelt u of de voetstand of klacht van uw kind aandacht verdient? Ik maak graag een beoordeling op maat voor de leeftijd van uw kind. Een afspraak kunt u maken via 06-194 198 77, op werkdagen tussen 08:30 en 17:00.

Laatst bijgewerkt: 22 mei 2026 · Geschreven door Michael Holthuis, podotherapeut